Navaratri (Tweede Periode)

Na Pitra Paksj begint nu de Navaratri (tweede periode): negen dagen durende festiviteiten die afgesloten worden met Vijay-dashmi. Navaratri is een feest van dans en aanbidding.

Letterlijk betekent Navaratri 9 nachten. Op een van deze 9 dagen houdt de vrome hindoe – veelal in huiselijke kring – een offerdienst, waarbij de negen manifestaties (verschijningsvormen) van de vrouw van Shiva worden vereerd.

 

Divali Celebrations

20 Oktober 2019 – ZIMIHC-Theater Stefanus – 12.00 – 18.00 uur.

Met Divali vieren we de overwinning van het goede over het kwade, overwinning van het licht over de duisternis, overwinning van de gelukzaligheid over de onwetendheid.

Sjemini Atseret (Slotfeest)

Dit feest sluit het Loofhuttenfeest (Soekot) af. Men bidt om regen in de hoop op een vruchtbaar jaar. Letterlijk betekent het: ‘de achtste dag van het samenkomen’. Op zich is zeven dagen al genoeg, maar het is voor God moeilijk om afscheid te nemen, daarom blijven de joden nog een dagje. De tijd die men hiermee kreeg wordt van oudsher gebruikt om te bidden voor extra regen zodat straks alles zal gaan groeien en bloeien.

Simchat Thora (Vreugde der Wet)

Simchat Thora is een vrolijke viering waarbij gedankt wordt voor de Thora (de Wetten), de eerste vijf boeken van de joodse bijbel.

In de synagoge leest men eerst het laatste hoofdstuk van de Thora en daarna gaat men meteen verder met het eerste hoofdstuk. Dit geeft aan dat het lezen uit de Thora nooit stopt. Degene die het laatste hoofdstuk leest, wordt Bruidegom van de Wet (Chatan Thora) genoemd en degene die het eerste hoofdstuk leest, heet Bruidegom van het Begin (Chatan Bereesjiet).

Tijdens de dienst worden ommegangen, hakafot, met de Thorarollen gemaakt. Met de Thora op de arm gaat men dan al dansend door de synagoge. Ook kinderen doen hieraan mee. De allerkleinsten worden door hun vader op de schouders gedragen.

Soekot (Loofhuttenfeest)

Veel van de Joodse gedenkdagen herinneren aan de gebeurtenissen die in het oude testament staan (het eerste deel van de christelijke bijbel). Met Soekot wordt herdacht dat het Joodse volk 40 jaar door de woestijn moest zwerven. Zij leefden toen in hutten gemaakt van palmbladeren. Het loofhuttenfeest is het begin van een 7 dagen durende periode, waarin bij veel Joodse gezinnen in hun tuin of in hun woning een hut wordt nagebouwd. Gedurende deze dagen wonen zij hierin, gebruiken er de maaltijden en luisteren naar de verhalen over de tocht van de joden door de woestijn.

Het feest begint op de 15e van de maand Tisjri uit de joodse kalender. Doordat dit een maankalender is, vallen feestdagen zoals Soekot niet steeds op dezelfde data van de Gregoriaanse kalender. De twee dagen die volgen op Soekot zijn ook feestdagen, namelijk Sjemini Atseret en Simchat Torah. Vaak rekenen mensen deze dagen ook tot het Soekotfeest.

Soekot is een vreugdevol feest; het gedenkt de periode in de woestijn die lag tussen de uittocht uit Egypte (die met Pesach wordt gevierd) en de intocht in het beloofde land.

Sint Michaël

Sint Michaël is een christelijk herfstfeest dat tegenwoordig steeds meer als een oogstfeest gezien mag worden. Het Concilie van Mainz heeft in 813 besloten dat 29 september een feestdag is voor de aartsengel Michaël en alle andere engelen. Voor deze datum is gekozen omdat er op deze dag een basiliek in Rome gewijd werd aan de aartsengel Michaël. Hij was enkele maanden tevoren op deze plek verschenen.

Michaël was de aanvoerder van de hemelse engelen tegen de duivel en andere duistere figuren. Hij begeleidde de zielen van de overledenen in het hiernamaals, hij stortte de zondaars hierbij in het vagevuur terwijl de anderen naar de hemel gingen. Tevens kondigde hij de dood van de Heilige maagd aan en vocht met de duivel om het lichaam van de overleden Mozes.

Tegenwoordig viert men met Sint Michaël het oogstfeest, deze dag is de laatste dag dat men appelen plukken kan. Men dankt Sint Michaël voor de goede oogst zodat men de dorre en doodse wintermaanden door kan komen. Speciaal op dit feest wordt het Michaëlsbrood gebakken. Tevens is het een feest dat oproept tot innerlijke moed waarbij men gevaren zoals eenzaamheid bestrijden moet. En eenzaamheid is een van de verleidingen die in de winter periode toe kunnen slaan.

Jom Kippoer (Grote Verzoendag)

Jom Kipoer is de heiligste dag van het joodse jaar en daarmee de belangrijkste joodse feestdag. Op deze dag beslist God over het lot van de mensen in het komende jaar. Men belijdt zijn eigen en gemeenschappelijke zonden.

Op Jom Kipoer is het verboden om te eten en te drinken, zich te wassen en seksuele omgang te hebben. Ook mag de orthodoxe jood geen leren schoenen dragen. Zo laat hij zien dat hij de heiligheid van de aarde respecteert.

De viering van Jom Kipoer is plechtig maar niet sober, want het nieuwe jaar geeft kansen om alles beter te doen. Er wordt gedurende meer dan een etmaal gevast, zowel wat eten als wat drinken betreft. Het is gebruikelijk op deze dag naar de synagoge te gaan.

Jom Kipoer of Grote Verzoendag wordt als de belangrijkste feestdag beschouwd in het jodendom. Het was de ene dag in het jaar, dat de hogepriester de allerheiligste plaats in de tempel te Jeruzalem betrad.

Kol Nidrei (Alle Geloften)

Kol Nidrei betekent ‘alle geloften’. Dit zijn de beginwoorden van het aanvangsgebed dat op de vooravond van Jom Kipoer driemaal wordt gereciteerd. In dit gebed verklaart men dat alle onbezonnen beloften die men het komende jaar tot de nieuwe Jom Kippoer tegen zichzelf zal afleggen geen waarde zullen hebben.

Het gebed is nog voor de verwoesting van de Tempel ontstaan. Voordat de Hogepriester het Heilige der Heiligen binnenging (één keer per jaar, op Jom Kippoer) zong hij een lied over zijn zonden, over de zonden van de overige priesters en over de zonden van heel Israël. Nadat hij in het Heilige der Heiligen voor de zonden van het gehele volk had geofferd stuurde men een geit, de zogeheten zondebok, de woestijn in om daar te sterven. Deze geit stond symbool voor alle zonden van het volk.

Rosj Hasjana (Joods Nieuwjaar)

De eerste twee dagen van de joodse maand Tisjrie, de zevende maand van de joodse kalender, is het Rosj Hasjana, het Joods Nieuwjaar.

Dertig dagen lang, in de Hebreeuwse maand Eloel, bereiden Joodse mensen zich voor op de komende feestdagen. Iedere morgen denken zij in hun gebeden na over hun gedrag van het afgelopen jaar. Zij denken na over het kwaad dat zij hun vrienden of kennissen misschien hebben aangedaan. Zij vragen vergeving aan ieder die zij misschien hebben gekwetst en als zij wellicht onbewust iemand hebben gekwetst, vragen zij voor alle zekerheid vergeving aan ieder die zij kennen. Iedere ochtend van deze bijzondere maand horen zij het geschal van de sjofar, de ramshoorn. Dan worden zij eraan herinnerd dat het een bijzondere tijd is en dat een heilige periode op het punt staat aan te breken. Als Eloel voorbij is begint de maand Tisjrie. De eerste tien dagen van Tisjrie staan bekend als Hoogheilige Dagen. Dit zijn de belangrijkste dagen van het hele Joodse jaar. De eerste twee dagen is het Rosj Hasjana. De laatste dag is het Jom Kippoer.

Rosj Hasjana valt in de herfst, gewoonlijk in september of oktober. Het opent een gloednieuw kalenderjaar voor Joodse mensen. Maar Rosj Hasjana is niet alleen het Joodse Nieuwjaar, het is ook wat Joodse mensen Jom Hadin noemen, de Oordeelsdag. Volgens de Joodse overlevering bestaat er in de hemel een symbolisch boek, waarin alle daden van de mens staan geschreven. Aan de ene kant staan zijn goede daden en aan de andere kant zijn slechte. Joodse mensen geloven dat God op Rosj Hasjana in dit symbolische boek kijkt en het gedrag van iedereen afzonderlijk in het afgelopen jaar bestudeert. Is hij een goed mens geweest? Heeft hij geprobeerd behulpzaam te zijn? Heeft hij iemand gekwetst, zonder dat hij het wist? God bestudeert alle daden van de mens. De volle tien Hoogheilige Dagen blijft het hemelse boek geopend. Als de zon ondergaat op Jom Kippoer tekent God het op of Hij schrijft in wat ieders lot in het komende jaar zal zijn.

1 2 3 13