Oudejaarsavond

De laatste dag van het jaar in alle landen die de westerse kalender hanteren. Voor zover 1 januari als Nieuwjaar gevierd werd, ontstonden op deze datum gebruiken die vergelijkbaar zijn met die van andere dagen in de heidense midwintertijd. Het feest begon, zoals alle Germaanse en Keltische feesten, op de vooravond (die in het Engels nog steeds New Year’s Eve heet). Naar de heilige aan wie deze dag gewijd is, werd vroeger ook wel van Silvesteravond gesproken; een naam die in Duitsland nog steeds gebruikt wordt. Sylvester was een paus uit de vierde eeuw; zijn feest valt op 31 december. Toen de heiligenverering tijdens de Reformatie werd afgeschaft, ontstond de gewoonte van Oudejaarsavond te spreken. Het knallen van vuurwerk bij het begin van het nieuwe jaar en allerlei gebruiken om de gevestigde orde op haar kop te zetten, is een algemeen verschijnsel tijdens deze avond. In Nederland is het traditie om Oudejaarsavond met familie en vrienden te vieren, waarbij oliebollen en/of appelflappen worden gegeten. Er wordt vaak gekeken naar een oudejaarsconference. Om twaalf uur toost men met champagne op het nieuwe jaar en wordt er zeer veel vuurwerk afgevuurd.

Onnozele Kinderen

Op 28 december viert men in het christendom en met name in de katholieke kerk het martelaarschap van de onschuldige jongetjes van Bethlehem die op gezag van koning Herodes (tweede hoofdstuk van het Evangelie van Matteüs) werden vermoord. Ook wel: Onschuldige Kinderen. De katholieke traditie leert dat God de onschuldige jongetjes van Bethlehem had voorbestemd om door hun dood te getuigen van de Messias. Sinds de vijfde eeuw worden zij daarom als heiligen vereerd.

Het feest van de Onnozele kinderen werd voor het eerst in het jaar 505 in Carthago gevierd. Het stamt van een oud Romeins kinderfeest, het ‘festum puerorum’. Dit verkleedfeest, waarin oosterse, Romeinse en Keltische elementen waren opgenomen, werd door de kerk verboden.In de loop van de tijd werd Onnozele Kinderen een (kerkelijk) kinderfeest. In die hoedanigheid werd het in Nederland uiteindelijk overschaduwd door de viering van Sint-Nicolaas. Op Onnozele Kinderen waren vroeger de kinderen de baas en trokken zij als volwassenen gekleed langs de deuren om geld of snoep te vragen.

Kerstmis/Tweede Kerstdag

Kerstmis is het feest dat rond de geboorte van Jezus Christus wordt gevierd en is het feest dat door de christelijke gemeenschappen uitgebreid als familiefeest wordt gevierd. In de christelijke kerk wordt in een kerkdienst de komst of de geboorte van de Messias, Jezus Christus gevierd. Jezus Christus werd in Bethlehem geboren uit een joodse vrouw, Maria, die maagd was en door God uitverkoren om zijn zoon te baren. De echtgenoot van Maria was Jozef. Zij waren onderweg en zo kon het gebeuren dat Jezus in een stal werd geboren. Hieraan herinnert de kerststal ten tijde van Kerstmis.

Lang niet iedereen in Nederland is lid van een christelijke kerk, maar met kerst gaan veel meer mensen dan anders naar een kerkdienst.

Hoe het ook gevierd wordt, Kerstmis is een feest van warmte, gezelligheid en overvloed. Op scholen en in instituten wordt een paar dagen voor Kerstmis ook kerstfeest gevierd met een kerstspel waarin het kerstverhaal (dat meestal over opoffering, naastenliefde en vrijgevigheid gaat) wordt nagespeeld. Er wordt veel gezongen.

Gita Jayanti

De dag van de Bhagavad Gita, het “Lied van de Heer”. De Bhagavad Gita is een onderdeel van het grote Mahabharata-epos. Het vertelt hoe de god Krishna de krijger Ardjuna bijstaat en hem inzicht geeft in leven dood, de band tussen mens en god en het onderscheid tussen goed en kwaad. De Bhagavad Gita geeft in essentie, in een bijna verhalende vorm, de kennis en wijsheid weer, die in de boeken van de Veda’s en de Upanishads zijn opgeschreven.

Kerstmis/Eerste Kerstdag

Kerstmis is het feest dat rond de geboorte van Jezus Christus wordt gevierd en is het feest dat door de christelijke gemeenschappen uitgebreid als familiefeest wordt gevierd. In de christelijke kerk wordt in een kerkdienst de komst of de geboorte van de Messias, Jezus Christus gevierd. Jezus Christus werd in Bethlehem geboren uit een joodse vrouw, Maria, die maagd was en door God uitverkoren om zijn zoon te baren. De echtgenoot van Maria was Jozef. Zij waren onderweg en zo kon het gebeuren dat Jezus in een stal werd geboren. Hieraan herinnert de kerststal ten tijde van Kerstmis.

Lang niet iedereen in Nederland is lid van een christelijke kerk, maar met kerst gaan veel meer mensen dan anders naar een kerkdienst.

Hoe het ook gevierd wordt, Kerstmis is een feest van warmte, gezelligheid en overvloed. Op scholen en in instituten wordt een paar dagen voor Kerstmis ook kerstfeest gevierd met een kerstspel waarin het kerstverhaal (dat meestal over opoffering, naastenliefde en vrijgevigheid gaat) wordt nagespeeld. Er wordt veel gezongen.

Kerstavond

Nauwelijks is het Sinterklaasfeest voorbij of overal verschijnen de kerstversieringen. Hoe het ook gevierd wordt, Kerstmis is een feest van warmte, gezelligheid en overvloed. De winkelstraten worden versierd met verlichte sterren en met dennegroen. Overal in de stad kun je kerstbomen kopen. Voor de ramen van de huizen zie je gekleurde lichtsnoeren en sterren. Hoe korter de dagen worden, des te meer lichtjes worden er aangestoken. In de christelijke kerk wordt deze tijd de adventtijd genoemd; in de vier weken voor kerst bereidt men zich voor op de geboorte van Jezus. Elke zondag steekt men in de kerk een grote kaars aan, zodat er met kerst vier adventkaarsen branden. Ook hangt men thuis adventkransen van groene takken aan linten op of adventkalenders, waarvan iedere dag een luikje open mag, tot het Kerstmis is.

Dan is het 24 december en wordt er in veel gezinnen kerstavond gevierd. De kerstboom staat opgetuigd, vol lichtjes, versieringen zoals ballen, engeltjes, klokjes, met bovenop een glimmende piek. Onder de kerstboom staat soms een kerststal met de figuren uit het bijbelse kerstverhaal uitgebeeld door middel van poppen.

Het huis is verder ook versierd met dennegroen, veel kaarsen en kerststukjes. Er worden feestelijke maaltijden gehouden en men trekt mooie kleren aan. In de christelijke wereld (de katholieke en de protestantse kerken) wordt op deze avond binnen de kerkgemeenschap de geboorte van Jezus Christus gevierd. Vaak gebeurt dat in de zogenaamde nachtmis. Het is vaak een van de drukste kerkdiensten van het jaar. Tegenwoordig zijn er in veel kerken in de vooravond speciale kinderdiensten.

De gewoonte om op de avond voor de eigenlijke feestdag naar de kerk te gaan is zeer oud en stamt uit de Joodse traditie. In het Jodendom begint de dag namelijk met de nacht. De sabbat begint bijvoorbeeld op vrijdagavond na zonsondergang. Dit is in het Christendom in stand gehouden en men viert dus op de avond voor Kerst al het Kerstfeest.

Sint Thomas

De kortste dag van het jaar, 21 december, is gewijd aan de heilige Thomas. De apostel Thomas is vooral bekend omdat hij niet geloofde dat Christus werkelijk was opgestaan uit de dood. Rond 21 december bestaan allerlei gebruiken en rituelen. De bekendste zijn het gebruik dat langslapers op deze dag moeten trakteren en het luiden van de klokken. Op Sint Thomas mochten kinderen hun ouders of meester buitensluiten totdat hun een traktatie of een verhaal werd beloofd.

Hoewel 21 december pas na de invoering van de Gregoriaanse kalender de kortste dag werd, was het vanouds een van de dagen rond de joeltijd waarin midwintergebruiken bestonden, heidense gebruiken die op een vrij doorzichtige wijze door de heilige werden gekerstend. De hernieuwde levenskracht werd vaak met zang en dans gevierd. In een geschrift uit 1521 klaagt Erasmus dat er in de Thomasnacht in de Rotterdamse kerken wordt gedanst. Ook het Thomasluiden was bedoeld om de levenskracht weer te wekken. In veel delen van Nederland, met name in het noorden, werden de kerkklokken tussen 21 en 31 december de hele dag geluid. Het midwinterhoornblazen, dat met name in Twente tot vandaag de dag populair is gebleven, heeft in wezen dezelfde functie als het Thomasluiden.

Vierde zondag van de Advent

De Advent is de tijd van voorbereiding op het kerstfeest; de tijd waarin de komst en wederkomst van Jezus Christus wordt verwacht. Omdat het Latijnse woord voor ‘komst’ of ‘het komen’ ‘adventus’ is, worden de vier weken vóór Kerstmis ‘Advent’ genoemd.

De Advent omvat ongeveer vier weken. De Advent begint op de zondag vier weken voor Kerstmis, dus de zondag tussen 26 november en 4 december. De zondagen van deze tijd heten 1e, 2e, 3e en 4e zondag van de Advent. De Advent telt altijd vier zondagen, terwijl het totaal aantal weekdagen kan variëren van 22 tot 27.

Derde zondag van de Advent

De Advent is de tijd van voorbereiding op het kerstfeest; de tijd waarin de komst en wederkomst van Jezus Christus wordt verwacht. Omdat het Latijnse woord voor ‘komst’ of ‘het komen’ ‘adventus’ is, worden de vier weken vóór Kerstmis ‘Advent’ genoemd.

De Advent omvat ongeveer vier weken. De Advent begint op de zondag vier weken voor Kerstmis, dus de zondag tussen 26 november en 4 december. De zondagen van deze tijd heten 1e, 2e, 3e en 4e zondag van de Advent. De Advent telt altijd vier zondagen, terwijl het totaal aantal weekdagen kan variëren van 22 tot 27.

Chanoeka

Chanoeka is een joods feest, ook bekend als het lichtfeest of toewijdingsfeest. Het verhaal van Chanoeka staat opgetekend in de boeken 1 Maccabeeën en 2 Maccabeeën. Deze boeken maken niet deel uit van Tenach, maar zijn onderdeel van de apocriefen.

Op het Chanoeka wordt herdacht hoe de joden in de tweede eeuw voor de gewone jaartelling zich wisten te ontworstelen aan de onderdrukking door de koning van Syrië. De tempel werd weer ingewijd en een wonder gebeurde, doordat de tempelkandelaar acht dagen lang brandde op een kruikje olie, genoeg voor één dag. Thuis wordt acht dagen lang een lichtje aangestoken, elke dag eentje meer. Terwijl thuis de chanoekia voor het raam staat te stralen, worden in het gezin spelletjes gespeeld, speciale gerechten gegeten en cadeautjes uitgepakt.

Chanoeka was ingesteld door Judah Maccabeüs en zijn broers in het jaar 165 voor Christus; om jaarlijks met vreugde gevierd te worden ter herdenking van de toewijding aan het altaar in de tempel van Jeruzalem. Na Jeruzalem en de tempel te hebben hersteld, gaf Judah het bevel de tempel te reinigen, een nieuw altaar in plaats van de verontreinigde te bouwen, en nieuwe heilige bekers te vervaardigen. Toen het vuur opnieuw op het altaar werd aangestoken, en de lampen op de kandelaar weer brandden, werd de toewijding aan het altaar gedurende acht dagen gevierd, onder het brengen van offers en het zingen van liederen.

In de Talmoed wordt het wonder van Chanoeka genoemd, dat niet in de Maccabeeën wordt genoemd. Het feest markeert de overwinning op de legers van de Seleucieden, die hadden geprobeerd het volk Israël te weerhouden het jodendom uit te oefenen. Judah Maccabeüs en zijn broers vernietigden de overweldigende strijdkrachten, en wijdden de tempel opnieuw in. Kenmerkend voor het feest is, dat een speciaal soort kandelaar tijdens dit feest wordt aangestoken. Deze kandelaar heet de chanoekia, en moet vooral niet worden verward met de menora, die ook minder armen heeft.

Volgens de legende in de Talmoed, gingen de Maccabeeën de tempel binnen nadat zij de bezetters uit de tempel hadden verjaagd, om de afgodenbeelden te verwijderen en de tempel te herstellen. Zij ontdekten, dat de meeste rituele voorwerpen ontwijd waren. Daarop zochten zij ritueel gezuiverde olijfolie om de menora aan te steken en de tempel te herstellen, maar vonden slechts genoeg olie voor een enkele dag. Zij staken dit evengoed aan, en gingen verder meer olijfolie te persen en zuiveren. Op een miraculeuze wijze bleef deze kleine hoeveelheid olie acht dagen lang branden, tot er nieuwe olie geperst en gezuiverd kon worden. Om deze reden steken joden een kaars extra aan, iedere nacht van het feest.

In de Talmoed worden twee gebruiken beschreven. Het was gebruikelijk om acht lampen op de eerste nacht van het feest te laten schijnen, en het aantal met een te reduceren bij iedere nacht. Een ander gebruik was, om op de eerste nacht met een brandende lamp te beginnen, en iedere nacht een extra aan te steken tot er acht brandden, op de achtste nacht. Het eerste gebruik werd door de volgers van Sjammaj gevolgd, het laatste door die van Hillel. Volgens Josephus stonden de lichten symbool voor de vrijheid die de joden verkregen.

1 2