Eerste zondag van de Advent

De Advent is de tijd van voorbereiding op het kerstfeest; de tijd waarin de komst en wederkomst van Jezus Christus wordt verwacht. Omdat het Latijnse woord voor ‘komst’ of ‘het komen’ ‘adventus’ is, worden de vier weken vóór Kerstmis ‘Advent’ genoemd.

De Advent omvat ongeveer vier weken. De Advent begint op de zondag vier weken voor Kerstmis, dus de zondag tussen 26 november en 4 december. De zondagen van deze tijd heten 1e, 2e, 3e en 4e zondag van de Advent. De Advent telt altijd vier zondagen, terwijl het totaal aantal weekdagen kan variëren van 22 tot 27.

Chanoeka

Chanoeka is een joods feest, ook bekend als het lichtfeest of toewijdingsfeest. Het verhaal van Chanoeka staat opgetekend in de boeken 1 Maccabeeën en 2 Maccabeeën. Deze boeken maken niet deel uit van Tenach, maar zijn onderdeel van de apocriefen.

Op het Chanoeka wordt herdacht hoe de joden in de tweede eeuw voor de gewone jaartelling zich wisten te ontworstelen aan de onderdrukking door de koning van Syrië. De tempel werd weer ingewijd en een wonder gebeurde, doordat de tempelkandelaar acht dagen lang brandde op een kruikje olie, genoeg voor één dag. Thuis wordt acht dagen lang een lichtje aangestoken, elke dag eentje meer. Terwijl thuis de chanoekia voor het raam staat te stralen, worden in het gezin spelletjes gespeeld, speciale gerechten gegeten en cadeautjes uitgepakt.

Chanoeka was ingesteld door Judah Maccabeüs en zijn broers in het jaar 165 voor Christus; om jaarlijks met vreugde gevierd te worden ter herdenking van de toewijding aan het altaar in de tempel van Jeruzalem. Na Jeruzalem en de tempel te hebben hersteld, gaf Judah het bevel de tempel te reinigen, een nieuw altaar in plaats van de verontreinigde te bouwen, en nieuwe heilige bekers te vervaardigen. Toen het vuur opnieuw op het altaar werd aangestoken, en de lampen op de kandelaar weer brandden, werd de toewijding aan het altaar gedurende acht dagen gevierd, onder het brengen van offers en het zingen van liederen.

In de Talmoed wordt het wonder van Chanoeka genoemd, dat niet in de Maccabeeën wordt genoemd. Het feest markeert de overwinning op de legers van de Seleucieden, die hadden geprobeerd het volk Israël te weerhouden het jodendom uit te oefenen. Judah Maccabeüs en zijn broers vernietigden de overweldigende strijdkrachten, en wijdden de tempel opnieuw in. Kenmerkend voor het feest is, dat een speciaal soort kandelaar tijdens dit feest wordt aangestoken. Deze kandelaar heet de chanoekia, en moet vooral niet worden verward met de menora, die ook minder armen heeft.

Volgens de legende in de Talmoed, gingen de Maccabeeën de tempel binnen nadat zij de bezetters uit de tempel hadden verjaagd, om de afgodenbeelden te verwijderen en de tempel te herstellen. Zij ontdekten, dat de meeste rituele voorwerpen ontwijd waren. Daarop zochten zij ritueel gezuiverde olijfolie om de menora aan te steken en de tempel te herstellen, maar vonden slechts genoeg olie voor een enkele dag. Zij staken dit evengoed aan, en gingen verder meer olijfolie te persen en zuiveren. Op een miraculeuze wijze bleef deze kleine hoeveelheid olie acht dagen lang branden, tot er nieuwe olie geperst en gezuiverd kon worden. Om deze reden steken joden een kaars extra aan, iedere nacht van het feest.

In de Talmoed worden twee gebruiken beschreven. Het was gebruikelijk om acht lampen op de eerste nacht van het feest te laten schijnen, en het aantal met een te reduceren bij iedere nacht. Een ander gebruik was, om op de eerste nacht met een brandende lamp te beginnen, en iedere nacht een extra aan te steken tot er acht brandden, op de achtste nacht. Het eerste gebruik werd door de volgers van Sjammaj gevolgd, het laatste door die van Hillel. Volgens Josephus stonden de lichten symbool voor de vrijheid die de joden verkregen.

Christus Koning van het Heelal

Het feest van Christus Koning van het Heelal (“Dominus Noster Iesus Christus Universorum Rex” in het Latijn) is een hoogfeest binnen de Rooms-katholieke Kerk dat eind november gevierd wordt, op de 34e en laatste zondag van het liturgisch jaar. Het feest werd in 1925 ingesteld door paus Pius XI naar aanleiding van de 1600-jarige viering van het Concilie van Nicaea.

Overigens is de datum eenvoudig te bepalen: het hoogfeest van Christus Koning valt altijd op de zondag in de periode van 20 tot en met 26 november. Deze zondag wordt gevolgd door de eerste zondag van de advent, het begin van het nieuwe kerkelijke jaar.

Sint Maarten

Op deze dag wordt in Nederland de naamdag van Sint Maarten gevierd. Kinderen lopen met lampionnen over straat en gaan in kleine groepjes de huizen langs om snoep of fruit te bemachtigen.

De viering van Sint-Maarten heeft een duidelijke christelijke achtergrond. Het is de naamdag van de heilige Sint Martinus. Sint Martinus was beschermheilige van reizigers en rondtrekkende kooplui; van armen, bedelaars en bekeerde dronkaards; van herders, boeren, wijnbouwers, kinderen en van het vee. Op zijn naamdag kregen de kinderen vrij van school en was het gebruikelijk om hen te trakteren, bijvoorbeeld door met lekkernijen te strooien. De Reformatie maakte een eind aan de verering van veel katholieke heiligen, maar Sint-Maarten bleef ook in protestantse gebieden in ere. Het toeval wilde dat Maarten Luther op 11 november werd gedoopt. Ook de naam kwam overeen en dat was reden genoeg om het populaire feest te blijven vieren. Maarten Luther was overigens een dag eerder geboren in Duitsland; daar viert men Sint-Maarten dan ook op 10 november. Net als bij de Nederlands Sint-Maartenviering lopen kleine kinderen dan met lichtjes. Een verschil is echter dat grotere kinderen verkleed en gemaskerd rondtrekken, waarbij ze veel lawaai maken. Dit doet enigszins denken aan de viering van Halloween. De Sint-Maartenviering heeft tegenwoordig over het algemeen geen religieuze betekenis meer. Wel is het een goede aanleiding voor katholieke scholen om rond 11 november aandacht te besteden aan de eens zo populaire heilige Sint-Martinus.

Divali

Divali is een vrolijk Hindoefeest en, net als Holi, een seizoensfeest; maar nu in de herfst. Oorspronkelijk was het een oogstfeest. Divali komt van het woord Dipavali, dat een rij lampjes betekent. Tegen de schemering steekt men in iedere kamer van het huis, en als het klimaat het toelaat ook buiten op het pad of op het dak, kaarsen aan. Divali is gewijd aan Maha Lakshmi, de godin van het licht, de voorspoed, het geluk, het succes, de wijsheid en de welvaart. Het wordt gevierd tijdens de nieuwe maan in de maand Asvin. Bij het Divali-feest gaat het om de goede dingen die het kwade overwinnen: het licht wint het van de duisternis, de warmte van de kou, de waarheid van de onwaarheid en de reinheid van de onreinheid.

Voor Divali moet het huis brandschoon worden gemaakt. Een week lang eten Hindoes geen vlees en drinken geen alcohol. Zo maken ze zich van binnen schoon. Ze wassen zich grondig en trekken nieuwe kleren aan. Dan wordt in de stikdonkere nacht van de nieuwe maan het hele huis verlicht met diya’s. Dat zijn aarden schoteltjes met geklaarde boter als brandstof en een katoenen pitje. De oudere vrouwen van de families voeren voor de deur een plechtigheid uit. Ze bidden tot Lakshmi en vragen de godin het huis te bezoeken. De hele nacht branden er diya’s, lampjes, kaarsen, fakkels en elektrische lichtjes, zodat Lakshmi het huis goed kan vinden. Door al die lichtjes wordt ook het innerlijk van de mensen verlicht. Iedereen krijgt het gevoel met een schone lei opnieuw te kunnen beginnen.

Dankdag voor Gewas en Arbeid

Op deze dag (iedere eerste woensdag van november) dankt de protestante kerkgemeenschap, tijdens een viering, God voor de verkregen gewassen.

Een dankdag is een gebruik uit de Middeleeuwen; er waren toen vaste bededagen. In 1578 werd bepaald dat er tijdens oorlog en andere rampen massaal gebeden en gedankt moest worden.

Allerzielen

Allerzielen (het feest van alle zielen) is de dag waarop in de Rooms-Katholieke Kerk alle gelovige zielen van gestorvenen worden herdacht. Het feest wordt sinds de twaalfde eeuw op 2 november gevierd op de dag na Allerheiligen. Allerzielen wordt overal in de wereld gevierd maar het meest in de traditioneel katholieke landen zoals Italië, Spanje, Portugal en geheel Latijns-Amerika.

Allerheiligen

Allerheiligen is een christelijke feestdag waarop alle heiligen (ruim 100.000) van de Rooms-Katholieke kerk gezamenlijk worden vereerd en herdacht.

Het feest wordt sinds de achtste eeuw gevierd. Op Allerzielen (2 november) worden alle gestorvenen herdacht. Allerheiligen en Allerzielen zijn de dagen waarop in de rooms-katholieke kerk de onderwerpen dood en leven na de dood aan de orde komen.

De voorbereidingen voor beide feesten vinden vaak plaats op Allerheiligenavond (31 oktober). Allerheiligenavond wordt in het Engels Halloween genoemd.