Jom Jeroesjalajiem

Jom Jeroesjalaiem is de meest recente Joodse feestdag. Het is de herdenking van de inneming van de oude stad Jeruzalem (7 juni 1967). Jaarlijks op de 28ste dag van de maand ljar; valt 28 ljar op vrijdag of sjabbat dan wordt de viering verplaatst naar de daaraan voorafgaande donderdag. Nadat Israël in 1948 onafhankelijk was geworden, werd de jonge staat aangevallen door omringende landen. Jordanië veroverde het oostelijk deel van Jeruzalem dat het tot 1967 bezette. Pas in juni 1967 (de Zesdaagse Oorlog) verkreeg Israël de zeggenschap over de Oude Stad van Jeruzalem, de Westelijke Tempelmuur en de Tempelberg. Sindsdien wordt op 28 ljar de hereniging van Jeruzalem “Jom Jeroesjalaiem” gevierd.

Pinksteren

Tien dagen na Hemelvaartsdag, en dus vijftig dagen vanaf Pasen, herdenken christenen hoe de discipelen van Jezus de Heilige Geest ontvingen. Er verschenen vlammen boven hun hoofden en ze konden nu zieken genezen in naam van Jezus en Gods boodschap in andere talen verspreiden. Tevens wordt de geboorte van de (katholieke) kerk herdacht. In tegenstelling tot Kerstmis en Pasen kent Pinksteren tegenwoordig geen wereldse uiterlijkheden meer. Pinksteren wortelt in het joodse Wekenfeest. Oorspronkelijk was het een dankfeest voor de binnengehaalde oogst.  In de 2de eeuw na Christus kwam de nadruk te liggen op het herdenken van het verbond tussen God en Israël, de gebeurtenis bij de Sinai, toen God aan Mozes de wet gaf.  De christenen namen deze feestdag over om de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen te gedenken. De christenen zagen een parallel: met Pinksteren is het de Geest van Christus die de nieuwe wet geeft en die de christenen (uit joden- en heidendom) verenigt tot een nieuw volk van God. Omdat het joodse Wekenfeest – als men de eerste en de laatste dag van een periode meetelt – de vijftigste dag was, noemde men het in het Grieks ook Pentekostè, wat ‘vijftig’ betekent. Het woord Pinksteren is hiervan afgeleid.