Soekot (Loofhuttenfeest)

Veel van de Joodse gedenkdagen herinneren aan de gebeurtenissen die in het oude testament staan (het eerste deel van de christelijke bijbel). Met Soekot wordt herdacht dat het Joodse volk 40 jaar door de woestijn moest zwerven. Zij leefden toen in hutten gemaakt van palmbladeren. Het loofhuttenfeest is het begin van een 7 dagen durende periode, waarin bij veel Joodse gezinnen in hun tuin of in hun woning een hut wordt nagebouwd. Gedurende deze dagen wonen zij hierin, gebruiken er de maaltijden en luisteren naar de verhalen over de tocht van de joden door de woestijn.

Het feest begint op de 15e van de maand Tisjri uit de joodse kalender. Doordat dit een maankalender is, vallen feestdagen zoals Soekot niet steeds op dezelfde data van de Gregoriaanse kalender. De twee dagen die volgen op Soekot zijn ook feestdagen, namelijk Sjemini Atseret en Simchat Torah. Vaak rekenen mensen deze dagen ook tot het Soekotfeest.

Soekot is een vreugdevol feest; het gedenkt de periode in de woestijn die lag tussen de uittocht uit Egypte (die met Pesach wordt gevierd) en de intocht in het beloofde land.

Jom Kipoer (Grote Verzoendag)

Jom Kipoer is de heiligste dag van het joodse jaar en daarmee de belangrijkste joodse feestdag. Op deze dag beslist God over het lot van de mensen in het komende jaar. Men belijdt zijn eigen en gemeenschappelijke zonden.

Op Jom Kipoer is het verboden om te eten en te drinken, zich te wassen en seksuele omgang te hebben. Ook mag de orthodoxe jood geen leren schoenen dragen. Zo laat hij zien dat hij de heiligheid van de aarde respecteert.

De viering van Jom Kipoer is plechtig maar niet sober, want het nieuwe jaar geeft kansen om alles beter te doen. Er wordt gedurende meer dan een etmaal gevast, zowel wat eten als wat drinken betreft. Het is gebruikelijk op deze dag naar de synagoge te gaan.

Jom Kipoer of Grote Verzoendag wordt als de belangrijkste feestdag beschouwd in het jodendom. Het was de ene dag in het jaar, dat de hogepriester de allerheiligste plaats in de tempel te Jeruzalem betrad.

Kol Nidrei (Alle Geloften)

Kol Nidrei betekent ‘alle geloften’. Dit zijn de beginwoorden van het aanvangsgebed dat op de vooravond van Jom Kipoer driemaal wordt gereciteerd. In dit gebed verklaart men dat alle onbezonnen beloften die men het komende jaar tot de nieuwe Jom Kippoer tegen zichzelf zal afleggen geen waarde zullen hebben.

Het gebed is nog voor de verwoesting van de Tempel ontstaan. Voordat de Hogepriester het Heilige der Heiligen binnenging (één keer per jaar, op Jom Kippoer) zong hij een lied over zijn zonden, over de zonden van de overige priesters en over de zonden van heel Israël. Nadat hij in het Heilige der Heiligen voor de zonden van het gehele volk had geofferd stuurde men een geit, de zogeheten zondebok, de woestijn in om daar te sterven. Deze geit stond symbool voor alle zonden van het volk.

Rosj Hasjana (Joods Nieuwjaar)

De eerste twee dagen van de joodse maand Tisjrie, de zevende maand van de joodse kalender, is het Rosj Hasjana, het Joods Nieuwjaar.

Dertig dagen lang, in de Hebreeuwse maand Eloel, bereiden Joodse mensen zich voor op de komende feestdagen. Iedere morgen denken zij in hun gebeden na over hun gedrag van het afgelopen jaar. Zij denken na over het kwaad dat zij hun vrienden of kennissen misschien hebben aangedaan. Zij vragen vergeving aan ieder die zij misschien hebben gekwetst en als zij wellicht onbewust iemand hebben gekwetst, vragen zij voor alle zekerheid vergeving aan ieder die zij kennen. Iedere ochtend van deze bijzondere maand horen zij het geschal van de sjofar, de ramshoorn. Dan worden zij eraan herinnerd dat het een bijzondere tijd is en dat een heilige periode op het punt staat aan te breken. Als Eloel voorbij is begint de maand Tisjrie. De eerste tien dagen van Tisjrie staan bekend als Hoogheilige Dagen. Dit zijn de belangrijkste dagen van het hele Joodse jaar. De eerste twee dagen is het Rosj Hasjana. De laatste dag is het Jom Kippoer.

Rosj Hasjana valt in de herfst, gewoonlijk in september of oktober. Het opent een gloednieuw kalenderjaar voor Joodse mensen. Maar Rosj Hasjana is niet alleen het Joodse Nieuwjaar, het is ook wat Joodse mensen Jom Hadin noemen, de Oordeelsdag. Volgens de Joodse overlevering bestaat er in de hemel een symbolisch boek, waarin alle daden van de mens staan geschreven. Aan de ene kant staan zijn goede daden en aan de andere kant zijn slechte. Joodse mensen geloven dat God op Rosj Hasjana in dit symbolische boek kijkt en het gedrag van iedereen afzonderlijk in het afgelopen jaar bestudeert. Is hij een goed mens geweest? Heeft hij geprobeerd behulpzaam te zijn? Heeft hij iemand gekwetst, zonder dat hij het wist? God bestudeert alle daden van de mens. De volle tien Hoogheilige Dagen blijft het hemelse boek geopend. Als de zon ondergaat op Jom Kippoer tekent God het op of Hij schrijft in wat ieders lot in het komende jaar zal zijn.

Navaratri (Tweede Periode)

Na Pitra Paksj begint nu de Navaratri (tweede periode): negen dagen durende festiviteiten die afgesloten worden met Vijay-dashmi. Navaratri is een feest van dans en aanbidding.

Letterlijk betekent Navaratri 9 nachten. Op een van deze 9 dagen houdt de vrome hindoe – veelal in huiselijke kring – een offerdienst, waarbij de negen manifestaties (verschijningsvormen) van de vrouw van Shiva worden vereerd.

 

Sint Michaël

Sint Michaël is een christelijk herfstfeest dat tegenwoordig steeds meer als een oogstfeest gezien mag worden. Het Concilie van Mainz heeft in 813 besloten dat 29 september een feestdag is voor de aartsengel Michaël en alle andere engelen. Voor deze datum is gekozen omdat er op deze dag een basiliek in Rome gewijd werd aan de aartsengel Michaël. Hij was enkele maanden tevoren op deze plek verschenen.

Michaël was de aanvoerder van de hemelse engelen tegen de duivel en andere duistere figuren. Hij begeleidde de zielen van de overledenen in het hiernamaals, hij stortte de zondaars hierbij in het vagevuur terwijl de anderen naar de hemel gingen. Tevens kondigde hij de dood van de Heilige maagd aan en vocht met de duivel om het lichaam van de overleden Mozes.

Tegenwoordig viert men met Sint Michaël het oogstfeest, deze dag is de laatste dag dat men appelen plukken kan. Men dankt Sint Michaël voor de goede oogst zodat men de dorre en doodse wintermaanden door kan komen. Speciaal op dit feest wordt het Michaëlsbrood gebakken. Tevens is het een feest dat oproept tot innerlijke moed waarbij men gevaren zoals eenzaamheid bestrijden moet. En eenzaamheid is een van de verleidingen die in de winter periode toe kunnen slaan.

Kruisverheffing

De Heilige Kruisverheffing is een feest in de liturgie van de Katholieke kerk. Het wordt eveneens gevierd in de Oosterse orthodoxie. De oorsprong van dit feest ligt in de jaarlijkse viering van de kerkwijding van de basiliek van het Heilig Graf in Jeruzalem, die samenviel met de vondst van het Heilig Kruis door Sint-Helena. De wijding vond plaats op 13 september 335. Deze basiliek staat volgens de overlevering op de plaats waar Christus tussen kruisdood en verrijzenis lag opgebaard. Gedurende het jaarlijkse kerkwijdingsfeest werd het kruis aan het volk getoond. Volgens de traditie heeft aan dit kruis Jezus geleden. Het kruis is volgens de traditie gevonden door Helena, moeder van Constantijn de Grote, die rond 324 naar Jeruzalem pelgrimeerde.

Pitra Paksj (Herdenkingsfeest)

Periode van twee weken in de donkere (Krisjna Paksja) helft van de maand Asvina waarin de overleden ouders en familieleden (pitries) herdacht worden. Er worden diensten en ceremonies gehouden, waarbij de dodenoffers (straaha’s) centraal staan.

Hindoes hebben verplichtingen ten opzichte van de ouders en voorouders, de Pitri-rina. De schuld aan de ouders lost men af door hen in hun oude dag te voorzien en hen te eren tijdens erediensten, poedja’s. Een restschuld lost men af met Pitri Poedja. De voorouders krijgen voedsel en bloemen als offergaven en er worden mantra’s opgezegd. De voorouders zullen dan in het komende jaar instaan voor het welzijn van hun nakomelingen.

De offerplechtigheden worden sjhraadh genoemd, wat zoveel wil zeggen als ‘eerbied’. De religieuze voorschriften luiden dat de oudste zoon de offerplicht uitvoert. Daarom is het belangrijk voor hindoes om een zoon te hebben. De zoon wordt vaak door een pandit bijgestaan.

Asjoera/De Tiende Dag

Ashura is de 10e dag van de eerste maand van het islamitisch jaar. Nadat op Muharram in de moskee het kerkelijke jaar is begonnen, wordt op deze dag pas echt nieuwjaar gevierd. Het is een islamitische vastendag (pas ná zonsondergang mag er worden gegeten) waarop verschillende geloofsmomenten centraal staan: de schepping, het vertrek van Noach en de zijnen uit de ark en de redding van Mozes uit de handen van Farao worden herdacht. Tevens is op deze dag de kleinzoon van de profeet Mohammed, Hussain, de marteldood gestorven.

Ashura is een dag van tegenstellingen, er heerst blijdschap om de dingen die moeten komen en verdriet om de dingen die voorbij zijn gegaan. Het is echter ook een gezellige dag, want veel mensen zoeken elkaars gezelschap op. Niet alleen in huis, maar ook op straat. Het is vooral een feest voor kinderen, ze krijgen allerlei cadeautjes die lawaai maken: trommels, fluitjes, rotjes, rammelaars en ratels.

Op de ochtend van Ashura kun je beter niet op straat vertonen. Je riskeert namelijk een nat pak doordat iemand een emmer koud water over je heen kiept, of je met een waterspuit probeert te raken. Want op Ashura moet iedereen een bad nemen. ’s Avonds eten de kinderen couscous klaargemaakt met de gedroogde staart van het schaap dat bij het offerfeest is geslacht. Omdat de islamitische wereld voor alle gebeurtenissen die met Allah hebben te maken een andere kalender heeft, valt Ashura ieder jaar op een andere dag. Data kunnen één dag verschillen omdat de aanvang van het feest samenhangt met het opkomen van de maan in een ander werelddeel.

Maria Geboorte

Maria Geboorte is een Maria-feest in de Latijnse en de Orthodoxe Kerk. De Orthodoxie viert Maria’s geboorte met een aparte liturgie, in de Katholieke Kerk geldt het als feest en wordt gevierd zonder octaaf.

1 2 3 8