Poeriem

Poeriem (ook: Purim) is een voorjaarsfeest en lijkt dan ook wel op carnaval. Het is een uitbundig en vrolijk feest.

Een andere naam voor Poeriem is Lotenfeest. Die naam verwijst naar de nieuwe loten die in de lente aan bomen en struiken ontspruiten. In het Perzisch betekent poer ‘lot’. Poeriem is het feest van de joodse koningin Ester in Perzië. Minister Haman wilde alle joodse mensen uitroeien en hij kreeg daarvoor toestemming van de Perzische koning. Het lot zou bepalen op welke dag dat zou gebeuren. Samen met haar oom Mordechai redde koningin Esther haar volk van de ondergang. Deze geschiedenis speelde zich ongeveer 2300 jaar geleden af en staat beschreven in de boekrol Esther. Met Poeriem wordt het verhaal van Esther voorgelezen vanaf de boekrol in de synagoge. Telkens als de naam van de boosaardige Haman wordt genoemd, gillen en fluiten de kinderen en zwaaien ze zo hard ze kunnen met lawaaiige ratels. Allemaal zijn ze verkleed; sommigen als de slimme Esther, anderen als oom Mordechai of hoe ze maar willen. De mensen sturen elkaar drank en lekker eten. Ook de armen worden niet vergeten. De dag eindigt met een feestmaaltijd waarbij koekjes met maanzaad worden gegeten: de zogenaamde Hamansoren. Een ander gerecht dat bij Poeriem hoort, is kiesjeliesj; dat is gefrituurd koekdeeg met poedersuiker. De volwassenen mogen dronken worden. Zo dronken dat ze op het eind het verschil niet meer weten tussen ‘vervloekt is Haman’ en ‘gezegend is Mordechai’…

Regaib Kandili (Nacht van de Wonderen)

Regaib Kandili (Nacht van de Wonderen) vindt plaats op de eerste nacht van donderdag op vrijdag van de 7e maand Radjab. De Turken herdenken de ontvangenis van de profeet Mohammed. Ze vasten en staan er in de moskee uitvoerig bij stil dat de moeder van Mohammed in deze nacht zwanger werd van de Grote Profeet.

Aswoensdag

Aswoensdag, de eerste dag na Carnaval, is de eerste dag van de veertig dagen durende vastentijd die loopt tot Pasen (zondagen niet meegerekend). Aswoensdag is een dag van boetedoening, waarop de gelovigen een kruisje van as op het voorhoofd krijgen getekend. Zo tonen zij berouw voor hun begane zonden. Aswoensdag is een katholieke kerkgebeurtenis. Om de ernst van het niet zomaar alles te kunnen eten en drinken te onderstrepen is er op Aswoensdag een kerkdienst in de katholieke kerk waarbij iedere kerkganger naar voren moet komen en voor het altaar staand van de priester een kruisje van as (verkoolde blaadjes) op het voorhoofd krijgt, met de woorden:”Gij zijt gekomen uit as en tot as zult ge wederkeren”. As is een teken van menselijke gebrekkigheid en sterfelijkheid. As is ook een teken van nieuw leven. In vroegere tijden werd met as gewassen: as heeft een reinigende kracht. Ook het afbranden van de stoppels op akkers maakt de grond vruchtbaar. As werd op het hoofd van zondaars gestrooid; as reinigt en geeft kracht tot nieuw leven. De as voor het askruisje is afkomstig van de verbrande en gezegende palmtakjes van de paasperiode van het voorgaande jaar. Als symbool betekent het dat de takjes van jubel en vreugde verbrand moeten worden – door de dood heengaan – om tot teken te worden van het kruis, de dood en de verrijzenis.

Vastenavond

Vastenavond (ook gekend als ‘Vette dinsdag’) is de dinsdag voor Aswoensdag en traditioneel het einde van de carnavalsperiode.

Tot dinsdagnacht 24.00 uur mag nog Carnaval worden gevierd en is het toegelaten zich als vastenavondgek te verkleden. In de katholieke traditie is klokslag middernacht Carnaval voorbij en begint de veertigdaagse vastentijd tot het paasfeest.

Valentijnsdag

Op Valentijnsdag kan men een bloemengroet of een kaartje sturen aan mensen die men dankbaar is of op wie men bijzonder gesteld of zelfs verliefd is. Vooral de bloemenhandel en de laatste jaren ook de posterijen spannen zich in om deze gedachte ook in Nederland tot leven te roepen. In Engeland en de Verenigde Staten kent Valentijnsdag een traditie van enkele eeuwen. In Nederland en verschillende andere Europese landen is Valentijnsdag pas bekend sinds de jaren 50 van de twintigste eeuw of nog later.

De datum 14 februari gold als de dag waarop in de derde eeuw twee heiligen met dezelfde naam Valentinus om hun geloof gedood waren en daarom op deze dag vereerd werden. De één was priester in Rome, de ander bisschop van Terni. Niet uitgesloten is dat het toch één en dezelfde heilige betreft. In hun levensloop – voor zover bekend – valt geen enkel aanknopingspunt te vinden met de moderne gebruiken van Valentijnsdag. Tot aan de hervorming van de heiligenkalender van de Rooms-Katholieke kerk in 1969 kon op 14 februari Sint-Valentijn vereerd worden. Daarna is Valentijn als heilige van de kalender afgevoerd. Om in de achteraf geconstateerde leemte te voorzien, is rond het midden van de twintigste eeuw (waarschijnlijk vanuit de bloemenbranche) de “oude legende van broeder Valentijn” bedacht. Deze verschijnt nog regelmatig in allerlei variaties in krantenberichten. Zo zou Valentijn in de middeleeuwen monnik zijn geweest van een Italiaans klooster. Stelletjes die hem bezochten, schonk hij geluksbloemen die hij zelf kweekte in zijn kloostertuin.